- 18 juli 2018 -

De Nederlandse zorg moet een andere koers varen om de zorg en de locatie waar deze wordt verleend beter af te stemmen op de patiënt. Een ingrijpende landelijke koersverandering is noodzakelijk om betere zorg te kunnen bieden, onnodig dure zorg te voorkomen, zorg te verplaatsen naar locaties dichter bij de patiënt en fysieke zorg te vervangen door bijvoorbeeld e-health. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Juiste zorg op de juiste plek’ van KPMG Health. In opdracht van ActiZ, InEen, KNGF, LHV, PFN, PPN, V&VN en ZN deed KPMG onafhankelijk onderzoek naar de vraag hoe de zorg in Nederland beter rondom de burger en diens behoeften kan worden georganiseerd.

Ideale patiëntreis
In het onderzoek naar de juiste zorg op de juiste plek stond de reis centraal die de patiënt door het systeem maakt om de juiste zorg te ontvangen. “Wij hebben onderzocht wat voor de patiënt de meest ideale patiëntreis is en wat de gevolgen hiervan zijn voor de zorgaanbieders, voor de personele capaciteit, voor technologie & ICT en voor de huisvesting”, zegt Hanneke Wittgen van KPMG Health.

Goede voorbeelden vooral lokaal
Wittgen: “De noodzakelijke koersverandering heeft niet alleen gevolgen voor het aantal professionals dat in de zorg werkzaam is en de competenties die van hen worden gevraagd. Ook de rol van de patiënt en mantelzorger in de zorgverlening groeit. Bovendien is flexibelere huisvesting nodig om de zorg en de plaats waar deze wordt verleend beter af te stemmen op de patiënt. Uit ons onderzoek blijkt dat er in de praktijk verschillende goede voorbeelden zijn van de juiste zorg op de juiste plek. Deze blijven echter vooral lokaal. Het lukt dus nog niet om landelijk een koersverandering op gang te brengen. Heldere afspraken hierover in de hoofdlijnenakkoorden zorg moeten een landelijke beweging gaan ondersteunen.”

Het gaat over een bredere beweging
De onderzoekers van KPMG delen in hun rapport twee belangrijke observaties: ze stellen dat de discussie rondom juiste zorg op de juiste plek snel verengd wordt tot substitutie van de eerste naar de tweede lijn. Terwijl het gaat over een bredere beweging, ook naar de nulde lijn, bij de patiënt thuis. Het is volgens de KPMG nodig om het gesprek te verplaatsen van substitutie naar juiste zorg op de juiste plek. Juist deze beweging leidt tot empowerment en zelfregie van patiënten en daarmee potentieel ook tot een betere kwaliteit van leven.

Kosten lopen voor baten uit
Een andere observatie van de onderzoekers is dat er soms onrealistische financiële verwachtingen zijn over wat de juiste zorg op de juiste plek kan opleveren op de korte termijn. Het vergt tijd en inspanning van betrokken partijen om verandering teweeg te brengen, aldus de KPMG. De kans is groot dat de kosten hierbij voor de baten uitgaan, omdat er extra prikkels en investeringen nodig zijn om verandering voor elkaar te krijgen.

Discussie wordt verengd naar substitutie van eerste naar tweede lijn, terwijl het gaat over een bredere beweging.

Hoe kwantificeer je mogelijke besparingen?
Het blijkt lastig om mogelijke besparingen door juiste zorg op de juiste plek te kwantificeren, omdat bij veel goede voorbeelden informatie over zowel kosten als opbrengsten niet of onvolledig beschikbaar is. Ook het waterbedeffect, waarin vrijvallende capaciteit wordt ingevuld met andere zorg, speelt een rol.

Aanbevelingen voor een koersverandering
KPMG heeft op basis van het onderzoek tien concrete aanbevelingen geformuleerd voor de hoofdlijnakkoorden om de koersverandering te stimuleren. Zoals: het organiseren van datastandaardisatie en een betere uitwisselbaarheid en ontsluiting van gegevens, het aanpassen van de opleiding van professionals aan de gewenste competenties en flink investeren in technologie die zorg en ondersteuning kan overnemen.

Verminder versnippering eerste lijn
Over de eerste lijn merken de onderzoekers op: ‘Verminder versnippering door een hogere organisatiegraad in de eerste lijn. Over het algemeen lijkt de huidige eerste lijn niet altijd voldoende georganiseerd om de juiste zorg op de juiste plek volledig te kunnen realiseren. Zeker wanneer grotere investeringen in infrastructuur moeten worden gedaan zijn veel organisaties ‘sub-scale’. Een faciliterende regionale organisatie / samenwerkingsverband, en wellicht landelijke ketenvorming voor de eerste lijn, kunnen managementondersteuning creëren die de organisatiegraad verhogen.’

Meer regie nodig voor landelijke opschaling
De rapportage staat vol met goede voorbeelden van de juiste zorg op de juiste plek, maar deze voorbeelden zijn veelal niet landelijk opgeschaald. Om landelijke opschaling mogelijk te maken, is meer regie nodig.

Pilots wijkverpleging
Het rapport gaat ook in op de pilot van Zilveren Kruis met de wijkverpleging in een aantal steden. Meer regie kan plaatsvinden door opschaling van aanbieders, maar hier is ook bij uitstek een rol weggelegd voor zorgverzekeraars, die middels zorginkoop kunnen sturen op kwaliteit en innovatie. Op dit moment werkt selectieve inkoop echter niet, o.a. doordat patiënt bij niet-gecontracteerde aanbieders een groot deel van hun zorg vergoed krijgen. Dit percentage wat patiënten alsnog vergoed krijgen, is dusdanig hoog (70-80%) dat het voor zorgaanbieders kan lonen om geen contract met een zorgverzekeraar te sluiten. Dit kan leiden tot rare situaties. Bij een pilot rond de wijkverpleging in Utrecht, waar zorgverzekeraar Zilveren Kruis met een aantal verzekeraars een contract sloot, leverden aanbieders zonder contract zo veel zorg dat er voor de gecontracteerde aanbieders te weinig budget overbleef. Het is raadzaam om er voor te zorgen dat er een mechanisme komt, waarmee ongecontracteerde zorg niet aantrekkelijker is dan gecontracteerde zorg. De zorgverzekeraar dient daarvoor het juiste instrumentarium te verkrijgen.

Hoofdlijnenakkoorden
De uitkomsten van het onderzoek en de aanbevelingen waren input voor het rapport van de Taskforce Juiste Zorg op de Juiste Plek. “Het rapport van de Taskforce dient als belangrijke inhoudelijke basis voor de gesloten hoofdlijnenakkoorden 2019 – 2022 voor de medisch specialistische zorg, de huisartsenzorg en de multidisciplinaire zorg en de wijkverpleging. Het is goed te constateren dat een groot deel van onze aanbevelingen terugkomt in deze hoofdlijnenakkoorden”, besluit Wittgen.

 

Bron: Zorgenz

Downloads